Tussentijds verslag Directie ATF, 22 juni 2011
INLEIDING
Op 18 april 2011 is na verkregen akkoord van de rechter-commissaris de overeenkomst tussen de curator van GoodWood, de Stichting Administratie- en Trustkantoor Tectona (SATT) en de Stichting Amazon Teak Foundation (ATF) getekend. Deze overeenkomst houdt in dat ATF de beheertaken van GoodWood per 18 april 2011 j.l. heeft overgenomen. De directie van Amazon Teak Foundation wordt thans gevormd door de heer M.W. van Eibergens Santhagens (sedert 2008) en de heer J.A.van Ketwich Verschuur (sedert 2011). Beide heren zijn in het verleden op geen enkele wijze betrokken geweest bij de verkoopactiviteiten van GoodWood en richten hun aandacht dan ook uitsluitend op de belangen van de participanten. In dat kader doen zij ook dit beknopte tussenverslag.
ALGEMEEN
Vanaf januari 2008 is gewerkt aan een striktere scheiding tussen de beheeractiviteiten van GoodWood en de bosbouw activiteiten van Floresteca. Hoewel uit kostenoverwegingen nog wel kantoorruimte werd gedeeld met Floresteca in Amsterdam ging GoodWood een zelfstandigere koers varen. Dit proces werd versterkt door de benoeming van een stille curator in februari 2009 in opdracht van De Nederlandsche Bank. Het faillissement van GoodWood in december 2010 en de benoeming van ATF als nieuwe beheerder maakte de scheiding tussen beheer en bosbouw definitief.
Het bestuur van ATF bestaat nu uit twee door de AFM goedkeurde directeuren met langjarige ervaring in de financiële sector. SATT ( de bewaarder) heeft nu ook drie door de AFM goedgekeurde directeuren. Eén van de directeuren van SATT is afkomstig uit de gelederen van de participanten De besturen vergaderen met regelmaat en de AFM wordt doorlopend op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen en bevindingen.
JURIDISCHE ASPECTEN
Een belangrijk aspect is of de kapopbrengsten ook daadwerkelijk toebehoren aan de participanten. Voor de realisatie van het beleggingsfonds in 2010 wilde GoodWood dit bevestigd zien. Echter door geldgebrek kon dit onderzoek niet worden afgerond. . Tot nu toe was er geen recente heldere “legal opinion” dat dit ook inderdaad zo was. Het bestuur van ATF heeft inmiddels een verklaring van het gerenommeerde Braziliaanse advocatenkantoor Xavier, Bernardus Bragança waarin onomstotelijk vastligt dat ook onder Braziliaans recht het eigendom van de kapopbrengsten daadwerkelijk toebehoort aan de participanten. Voor de directie van ATF was dit een zeer belangrijk aspect. Een kopie van de verklaring van het advocatenkantoor kunt u HIER vinden.
ONDERHOUD PLANTAGES
Onderhoud van de plantages is met name belangrijk in de eerste zeven jaren na de aanplant. Daarna worden de dunningen (de z.g. tussenkap) belangrijk. Deze vinden echter pas plaats als tijdens de jaarlijkse controle blijkt dat de groei van de bomen afneemt. Er moet dan ruimte worden gecreëerd om de bomen weer te laten groeien. Het tijdspad van dit proces valt echter niet te exact te voorspellen, hoewel men daar in het verleden vanuit Floresteca SA wel concrete verwachtingen over heeft gewekt.
De ontwikkeling, de groei en het onderhoud van de plantages wordt twee-jaarlijks gecontroleerd door de onafhankelijke en gerenommeerde organisatie Pyory. Dit is een Finse multinational met grote ervaring op het gebied van waarderingen in de bosbouwsector. Een presentatie van Pyory kunt u hier vinden.
TUSSENKAPPEN
De laatste tussenkappen hebben plaats gevonden in 2009 en 2010. Op de website kunt u de rapportages hierover van Floresteca SA zien (klik hier). Er heeft (nog) geen accountantscontrole plaats gevonden. Bij de diverse boerderijen, met plantjaar, staat de hoeveelheid hectares die zijn gedund, de opbrengst per kubieke meter, de opbrengst na kosten en de opbrengstrechten (de contractueel overeengekomen retainer) voor Floresteca SA. Daarna volgt de opbrengst vòòr belastinginhouding, en vervolgens de netto opbrengst voor de participant. In veel gevallen is de opbrengst onvoldoende om de kosten (de retainer) van Floresteca te dekken, en resteert er geen opbrengst voor de participant. Al met al zijn de resultaten over 2009 en 2010 teleurstellend. De oorzaken die hiervoor door Floresteca SA worden aangegeven zijn o.a. de matige houtprijzen, de stijgende inflatie en de als gevolg hiervan stijgende kosten in Brazilie en de zwakke US Dollar ten opzichte van de Euro. Tijdens ons onderzoek is gebleken dat met name de hoge transportkosten van het hout vanuit de Mato Grosso over de weg naar de kust over een afstand van ca. 2.500 km een zeer belangrijk deel van de opbrengst opsouperen. Dit element was ten tijde van de verkoop van de participaties onvoldoende in kaart gebracht en is onvoldoende belicht tijdens de verkoop. Voor een deel van de plantages speelt verder nog mee dat de groei van de bomen op sommige plaatsen tegenvalt.
Het volgen van de kosten en opbrengsten heeft nu de primaire aandacht van de directie van ATF.
Voor de participanten is het van belang dat zij zich realiseren dat het gaat om z.g. geteeld hout: Geteeld hout groeit veel sneller dan oerbos. De structuur van dit hout is dan ook anders: geteeld hout heeft grotere jaarringen ten opzichte van heel dunne jaarringen bij oerbos wat veel langzamer groeit. Het verschil komt dan ook met name tot uiting in de houtprijzen: oerhout kan tot rond de $ 4.000 per kubieke meter opbrengen, terwijl geteeld hout uit de Mato Grosso met een diameter meer dan 40 cm diameter in de huidige markt slechts $ 700 opbrengt. En daarbij komt nog dat slechts een gering aantal bomen in de Mato Grosso een diameter van 40 cm zal bereiken. Concluderend kan gesteld worden dat de opbrengsten van de tussenkappen beperkt zullen zijn, en dat de eindkapopbrengst substantieel kan eroderen door met name de hoge transportkosten.
Wij hebben verzocht om spoedige toezending van een recente prognose van de toekomstige (tussenkap-)opbrengsten. Momenteel beschikken wij over een model per 31.12.2009.
FISCALE ZAKEN
Zoals u bekend is, wordt over de opbrengst van de verkopen van het gekapte hout in Brazilië een bronheffing ingehouden van 15%. Tijdens ons onderzoek bleek dat in Brazilië voor een fiscale constructie is gekozen die er uiteindelijk mogelijk toe zou kunnen leiden dat er naast de bronheffing ook vennootschapsbelasting van 30% verschuldigd kan zijn. Dit tot op heden onbekende – maar wel zeer essentiële - aspect maakt deel uit van het totale vervolg onderzoek dat de directie van ATF uitvoert.
FONDSPLANNEN
Zoals uit het vorengaande blijkt zijn er diverse complexe problemen die opgelost dienen te worden en zaken die nog verder uitgezocht moeten worden. De directie van ATF is er dan ook gaandeweg het tot nu toe uitgevoerde onderzoek van overtuigd geraakt dat het creëren van een beleggingsfonds essentieel is om gezamenlijk vanuit één juridische entiteit de problemen aan te pakken. De directie van ATF zal dan ook met spoed uitvoering geven aan de plannen een Beleggingsfonds te creëren en u hierover z.s.m. informeren.
Directie ATF.
