Op 14 oktober 2011 heeft het Hof van ’s-Hertogenbosch uitspraak gedaan over de vraag of een belegger in opbrengstrechten van teakhout recht heeft op voorkoming dubbele belasting.
Helaas is het Gerechtshof het niet eens met de stelling dat NN recht heeft op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Dit geldt zowel voor de contracten van NN uit 1998 als uit 2003. Het Hof gaat er wel vanuit dat de teakbomen als onroerende goederen kunnen worden aangemerkt als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag. Het Hof is echter van oordeel dat de economische eigendom van de teakbomen niet bij de ATF berust. Volgens het Hof blijkt uit diverse stukken dat de volle eigendom van de teakbomen bij de Trustee/de Begunstigde berust. De door NN te genieten opbrengsten hangen weliswaar samen met de (kap)opbrengsten die worden genoten door de Trustee, maar daarbij fungeren deze laatste opbrengsten slechts als rekengrootheid voor de door belanghebbende te genieten opbrengsten.
Het Hof is derhalve van mening dat de door NN te genieten opbrengsten te ver van de onroerende zaak verwijderd zijn om met betrekking tot de participaties te kunnen spreken van 'rechten op onroerende zaken', waardoor recht zou bestaan op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Daarnaast is het Hof van mening dat NN niet de economische eigendom van de teakbomen heeft gekregen.
Deze uitspraak moet wel worden gelezen in het licht van de fiscale behandeling. De economische rechten zijn wel zeker aan de beleggers overgedragen, echter fiscaal wordt er anders naar gekeken. Waar dan precies de scheidslijn ligt tussen wanneer nog sprake is van inkomsten uit onroerend goed en wanneer niet, blijft een grijs gebied. De uitspraak lezende bekroop ons tevens een beetje het gevoel dat de juridische structurering rondom de teakbomen voor de rechters soms lastig te volgen is. Wij hebben onderzocht of het zinvol is in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Door geraadpleegde deskundigen wordt de kans op succes klein geacht. Wij hebben inmiddels na raadpleging van de fiscale adviseur, die de procedure heeft gevoerd, besloten cassatie niet te steunen. Met andere woorden er wordt niet in cassatie gegaan.
Daar waar nog discussie wordt gevoerd met de Inspecteur van de Belastingen zal deze de uitspraak gaan volgen. Dit betekent concreet dat er dus geen recht (meer) bestaat op aftrek ter voorkoming dubbele heffing.
